ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ0841
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot rekening en verantwoording beheer nalatenschap moeder
In deze civiele zaak vorderen twee erfgenamen dat een ander kind van hun overleden moeder rekenschap aflegt over het beheer van haar betaalrekening in de periode van 1999 tot haar overlijden in 2007. Dit kind had een machtiging voor de betaalrekening en beheerde het vermogen van de moeder, die vanaf 2003 in een verzorgingshuis verbleef.
De rechtbank wees de vordering af, stellende dat de beheerder voldoende verantwoording had afgelegd en dat er geen contractuele of wettelijke verplichting tot nadere verantwoording bestond. Het hof bevestigde dit oordeel en overwoog dat, gelet op de familierelatie en de omstandigheden, aan de rekening en verantwoording geen hoge eisen mogen worden gesteld.
Hoewel de eisers tegenstrijdigheden in de toelichting aanvoerden en twijfels hadden over bepaalde uitgaven, achtte het hof de verstrekte informatie toereikend. De bedragen betroffen relatief geringe maandelijkse bedragen die plausibel besteed konden zijn ten behoeve van de moeder.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de eisers in de kosten van het hoger beroep. Daarmee werd de vordering tot het afleggen van nadere rekening en verantwoording afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot het afleggen van rekening en verantwoording door de beheerder van de betaalrekening is afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.