ECLI:NL:GHSHE:2013:BY9609
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden
- I.B.N. Keizer
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beëindiging uitzendovereenkomst en loonbetaling na vermeend ontslag
Appellant sloot meerdere uitzendovereenkomsten met Delta Flex en Apex Uitzendorganisatie, waarbij de laatste overeenkomst liep van 4 oktober 2010 tot 10 april 2012. Op 8 juni 2011 stopte appellant met werken, waarna Delta Flex stelde dat appellant zelf ontslag had genomen, terwijl appellant stelde dat hij op staande voet was ontslagen. De kantonrechter wees de loonvordering van appellant af, maar het hof oordeelt anders.
Het hof stelt vast dat het aan Delta Flex is om te bewijzen dat appellant vrijwillig de uitzendovereenkomst heeft beëindigd. Uit het dossier blijkt dat appellant op 8 juni 2011 telefonisch aangaf niet meer te willen rijden en niet meer te willen werken, maar het hof acht onduidelijk of appellant de Engelse taal voldoende beheerste om de gevolgen te begrijpen. Delta Flex heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de wil van appellant en heeft nagelaten te verifiëren of appellant de nadelige gevolgen van beëindiging kende.
Het hof verwerpt het standpunt van Delta Flex dat appellant niet bereid was de arbeid te verrichten en dat hij loonvordering moet beperken wegens ander werk. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Delta Flex tot betaling van het bruto maandsalaris vanaf 8 juni 2011, vermeerderd met vakantietoeslag, wettelijke verhoging en rente, alsmede in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof veroordeelt Delta Flex tot betaling van het loon vanaf 8 juni 2011 en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.