ECLI:NL:GHSHE:2013:BY8622
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- I.B.N. Keizer
- C.D.M. Lamers
- J.H.H. Theuws
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens exceptio plurium litis consortium in nalatenschapsgeschil
In deze zaak procedeert een nicht in hoger beroep tegen haar tante en oom over de omvang van een geldlening die haar grootvader aan haar vader had verstrekt, de legitieme portie van de nicht en de verrekening van deze vorderingen. De rechtbank had al beslissingen genomen over deze punten, waarbij het hoger beroep tegen oom te laat werd ingediend.
Het hof onderzoekt of het geschil een processueel ondeelbare rechtsverhouding betreft, waarbij de beslissing jegens alle betrokken partijen hetzelfde moet zijn. Gezien de onherroepelijke beslissing jegens oom, kan het hoger beroep tegen tante niet-ontvankelijk worden verklaard.
De grieven van de nicht betreffen onder meer de omvang van de legitieme portie, de verrekening van vorderingen en de afgifte van administratieve bescheiden. Het hof oordeelt dat deze grieven invloed hebben op de gezamenlijke nalatenschap die tussen oom en tante verdeeld moet worden, waardoor eenzelfde oordeel jegens beiden vereist is.
Het beroep op exceptio plurium litis consortium wordt gehonoreerd, waardoor het hoger beroep tegen tante niet-ontvankelijk wordt verklaard en de vermeerderde eis wordt afgewezen. De nicht wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van tante.
Uitkomst: Het hoger beroep van de nicht tegen tante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens exceptio plurium litis consortium en de vermeerderde eis wordt afgewezen.