Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- dat het hoofdverblijf van [minderjarige 2] bij de vader zal zijn;
- dat het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voortaan alleen aan de vader toekomt;
- dat de moeder met ingang van 12 februari 2013 met betrekking tot [minderjarige 1] en met ingang van [geboortedatum] 2013 met betrekking tot [minderjarige 2], althans per datum als door het hof te bepalen, bij vooruitbetaling een bijdrage ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de vader dient te betalen van € 405,- per kind per maand, althans een zodanig bedrag als het hof juist acht.
- de vader, bijgestaan door mr. Van den Eeden;
- de moeder, bijgestaan door mr. Moonen;
- Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad), vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad];
- de stichting, vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger van de stichting].
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 7 maart 2013;
- de brief met bijlage van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg d.d. 17 mei 2013;
- het faxbericht met bijlage van de stichting d.d. 14 juni 2013;
- de brief van de stichting d.d. 9 september 2013;
- de bij V-formulier ingediende stukken van de advocaat van de vader d.d. 3 oktober 2013;
- de brief met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 4 oktober 2013;
- de brief met bijlagen van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg d.d. 11 oktober 2013.
3.De beoordeling
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1]), op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2]), op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats].