Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1],wonende te [woonplaats 1],
[appellante 2],wonende te [woonplaats 1],
5.Het verloop van de procedure
- de memorie na enquête van [appellant 1];
- de antwoordmemorie na enquête van [geïntimeerde].
6.De verdere beoordeling
INGde hypotheek had afgewezen maar dat de
Rabobanknog in beeld was.
Het hof constateert dat [appellant 1] ook reeds bij de rechtbank had verklaard dat in het telefoongesprek van 24 oktober 2008 [geïntimeerde] had gezegd dat de
Rabobankde financiering had afgewezen. Dat zou betekenen dat [appellant 1] zich ook toen had vergist en beide banken had verwisseld.
Weliswaar sluit de datering met/de verzending op 24 oktober 2008 niet uit dat [geïntimeerde] daarvan reeds kennis droeg ten tijde van het telefoongesprek op 24 oktober 2008, maar enige uitleg daarvoor is achterwege gebleven.
Bij de eerste drie deelvorderingen heeft [appellant 1], naast de toewijsbare vorderingen 4 en 5, geen belang. Rente is door [appellant 1] in geen enkel stadium gevorderd.