Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Onderzoek ter zitting
Beslissing
verklaarthet hoger beroep ongegrond,
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gronden
cassatie is gericht.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende stelde dat de kleine ondernemersregeling (KOR) per kalendermaand toegepast moest worden. Het Hof oordeelde dat artikel 25, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 deze regeling alleen toepasbaar maakt indien de verschuldigde belasting na aftrek van voorbelasting in een kalenderjaar niet hoger is dan € 1.883.
In het onderhavige geval bedroeg de door belanghebbende verschuldigde belasting over 2009 € 2.556, terwijl de voorbelasting € 5.015 bedroeg, waardoor belanghebbende per saldo een teruggaaf van € 2.459 toekomt. Omdat er geen sprake is van een belastingvermindering maar van een teruggaaf, is de KOR niet van toepassing.
Het Hof bevestigde dat de naheffingsaanslag correct was opgelegd en wees het hoger beroep af. Tevens oordeelde het Hof dat geen reden bestond tot vergoeding van griffierecht of toewijzing van proceskosten aan belanghebbende.
De uitspraak werd op 5 december 2013 mondeling gedaan en op 6 december 2013 verzonden. Belanghebbende kan binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting 2009 wordt bevestigd.