In deze civiele zaak in hoger beroep staat de verdeling van gemeenschappelijk vermogen en de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden centraal na de echtscheiding van partijen. Het hof heeft een voorlopige berekening gemaakt van de bedragen die de man aan de vrouw dient te voldoen, waarbij diverse vermogensbestanddelen zoals de maatschap, bedrijfspand, echtelijke woning, auto's, inboedel, bankrekeningen, kapitaalverzekeringen en belastingaanslagen zijn betrokken.
De belangrijkste geschilpunten betroffen de draagplicht van een gezamenlijke hypotheekschuld, de stille reserve van het bedrijfspand, de vergoeding van het overbruggingskrediet dat de man volledig heeft betaald, de waarde van de Volvo-auto en de door de vrouw betaalde belastingaanslagen. Het hof heeft geoordeeld dat de man volledig draagplichtig is voor de gezamenlijke hypotheekschuld, terwijl de vrouw de hypotheekschuld van de voormalige echtelijke woning volledig draagt. Tevens is bepaald dat de man recht heeft op vergoeding van de helft van het overbruggingskrediet.
De verdeling van de vermogensbestanddelen is nauwkeurig vastgesteld, waarbij de vrouw onder meer de woning, Honda-auto en inboedel krijgt, en de man de Volvo, het schilderij 'Maastricht' en boeken. Financieel moet de vrouw een bedrag van € 36.116,52 aan de man betalen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.