Uitspraak
6.Het tussenarrest van 22 mei 2012
7.Het verdere verloop van de procedure
(contra-)enquêtes genomen en Agristo een antwoordmemorie na enquête en contra-enquête.
8.De verdere beoordeling
‘feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat door of vanwege Agristo bij hem de gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat Agristo de aardappelen vanwege hun - door de extreme weersomstandigheden veroorzaakte - inferieure kwaliteit niet zou afnemen.’
‘dat zij een op 1 december 2006 voor aardappelen van een soortgelijke kwaliteit als zij van [appellant] zou hebben afgenomen marktconforme prijs heeft betaald voor alle door dekkingskopen verkregen aardappelen.’
- [appellant] zelf’,
‘daar kunnen wij niets meer mee’en zei hij op de vraag van [appellant] wat hij er dan wel mee moest:
‘Dat weet ik niet maar wij kunnen er niets meer mee. Kijk maar wat je doet’. [appellant] verklaarde dat hij wist dat Agristo bij anderen, die later aan de beurt zouden zijn dan hij, wel had geladen en dat hij uit de woorden van [persoon A] en uit laatstgenoemde omstandigheid heeft geconcludeerd dat Agristo de aardappelen niet wilde hebben. Vanaf dat moment is hij, aldus [appellant] , andere handelaren gaan benaderen. [appellant] heeft verder verklaard dat hij van Agristo geen schriftelijke bevestiging heeft gevraagd dat Agristo de aardappelen niet wilde hebben. In dat verband heeft [appellant] opgemerkt dat hij in september aan [persoon A] heeft gevraagd hem waarom op zijn brief van 13 augustus niet was gereageerd en dat [persoon A] toen zei dat zijn komst een reactie op de brief was en dat men in België niet zo formeel was.
‘Deze aardappelen hoeven wij niet, daar kunnen wij niets mee’en dat [appellant] daarop zei:
‘Maar ze moeten toch weg’. Wat de conclusie van dit gesprek was, kon de getuige zich niet herinneren. Wel herinnerde zij zich dat de aardappelen kort daarna uit de schuur zijn weggegaan, dat iemand anders is komen laden wat hij wilde hebben en de rest het veld is opgereden.
‘Wat moet ik? Ze komen de aardappelen maar niet halen’.
zij’ - waarmee kennelijk is gedoeld op Agristo - de aardappelen niet hoefden. Zoon [appellant] verklaarde te hebben opgevangen dat Agristo de aardappelen niet zou komen laden en [getuige 3] heeft [appellant] in diezelfde bewoordingen horen verklaren. Bevestiging van een duidelijke mededeling dat Agristo de aardappelen op geen enkel moment zou willen hebben, is in die verklaringen niet te vinden. De in contra-enquête gehoorde getuige [persoon A] verklaart daarentegen juist dat hij bij het bezoek in november 2006 heeft gezegd dat hij zou proberen de aardappelen zo snel mogelijk te laden en die verklaring vindt steun in de daarna gevolgde actie van Agristo, waarover zowel door [persoon A] als [getuige 4] is verklaard. Het hof merkt daarbij op dat, anders dan Agristo stelt, in 2006 1 december niet op een vrijdag maar op een zaterdag viel, zodat het hof aanneemt dat, indien door [persoon A] op vrijdag naar [appellant] is gebeld, dit op vrijdag 30 november 2006 moet zijn geweest.
‘In normale jaren accepteert de verwerkende industrie alleen de aardappelen met een OWG van 360 gram. In 2006 heeft de gezamenlijke verwerkende industrie het OWG verlaagd, vanwege de bijzondere omstandigheden in het betreffende oogstjaar, naar een OWG van 345’.
‘droge fritesgeschikte aardappelen met de gewenste specificaties’en
‘partijen van mindere kwaliteit die moeten worden gezouten en uitgewassen’. In het bericht wordt van de eerste categorie opgemerkt dat het aanbod beperkt is. Voor de tweede categorie wordt een marktprijs van rond de € 20,= per 100 kg af teler genoemd.
dat in jaren met een slechte oogst, een fabrikant als Agristo er alles aan doet om zoveel mogelijk contractsaardappelen binnen te krijgen’.