Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[curator 1.] in haar hoedanigheid van curator van [X.],wonende te [woonplaats],
[curator 2.] in haar hoedanigheid van curator van [X.],wonende te [woonplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 244620/HA ZA 12-53)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
d) Een brief van de casemanager en de verpleeghuisarts van DOC-team Kennemerland aan de huisarts van 8 juni 2007 (prod. 12 bij inl. dagv.) houdt onder meer in:
Curatoren baseren hun vorderingen op de stelling dat vader eind 2007 dement was, daardoor niet meer in staat zijn wil ten aanzien van het vakantiehuis te bepalen en een dergelijke overeenkomst nooit zou hebben gesloten als hij wel tot het bepalen van zijn wil in staat zou zijn geweest. Curatoren verwijten [geïntimeerde] onrechtmatig jegens vader te hebben gehandeld door samenspannend met Marco Pool de koop van de woning tegen een veel te lage prijs te hebben bewerkstelligd, althans misbruik te hebben gemaakt van de geestestoestand waarin vader verkeerde. Uit het gevorderde begrijpt het hof - en zo hebben curatoren ter gelegenheid van het pleidooi ook verklaard - dat curatoren er om hen moverende redenen voor hebben gekozen niet de vernietiging van de overeenkomst tussen vader en zoon te vorderen, maar schadevergoeding c.q. opheffing van het nadeel, al dan niet door wijziging van die overeenkomst, op de hiervoor genoemde gronden. Het hof oordeelt als volgt.
Het hof verwerpt dat verweer. Voor een beroep op misbruik van omstandigheden is niet vereist dat het initiatief tot de handeling van (in dit geval) [geïntimeerde] is uitgegaan. Ook is niet nodig dat [geïntimeerde] zich actief heeft opgesteld.
was op de hoogte van de geestestoestand van vader en gesteld noch gebleken is dat [geïntimeerde] - in die wetenschap - heeft onderzocht of de Verkehrswert juist was vastgesteld, of vader wist om welk bedrag het ging en of vader werkelijk wilde wat Marco Pool [geïntimeerde] bij brief meedeelde. Ook is gesteld noch gebleken dat [geïntimeerde] zijn zus, die voor vader sinds 2006 de administratie voerde, op de hoogte heeft gebracht van de (voorgenomen) transactie, wat wel voor de hand had gelegen.
Dat de inboedel ook bij de koop is inbegrepen en een bedrag van ruim € 26.000,= bedraagt, is door [geïntimeerde] weersproken en door curatoren onvoldoende concreet onderbouwd. Uit de enkele stelling dat de inboedel thans nog door [geïntimeerde] wordt gebruikt, vloeit dat niet voort. De gevorderde koopsom voor de inboedel wordt om die reden afgewezen.