Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[BDL] Advocaten,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de cliënt, geïntimeerde, een geldige opdracht had gegeven aan de advocatenmaatschap BDL voor het verrichten van werkzaamheden op basis van een uurtarief, en of zij terecht weigerde de factuur te betalen omdat zij meende in aanmerking te komen voor gefinancierde rechtshulp (toevoeging).
De cliënt had begin september 2010 contact opgenomen met BDL voor een oriëntatie en vervolgde met het verstrekken van een opdracht, zoals blijkt uit correspondentie en opdrachten in brieven van september 2010. De advocaat bracht werkzaamheden in rekening over de periode van half september tot half oktober 2010. De cliënt betaalde niet en stelde dat zij dacht dat de werkzaamheden op toevoegingsbasis zouden worden verricht.
Het hof oordeelde dat er een geldige opdracht tot betaling was gegeven en dat het beroep op dwaling faalt omdat de cliënt niet aannemelijk maakte dat zij bij het aangaan van de overeenkomst in de veronderstelling verkeerde dat zij recht had op toevoeging. Wel stelde het hof vast dat BDL tekortgeschoten is in haar verplichting om de cliënt te informeren over de mogelijkheid van gefinancierde rechtshulp, maar dat dit niet leidt tot een betalingsvrijstelling omdat niet aannemelijk is dat een toevoeging zou zijn verleend.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de cliënt tot betaling van de factuur van € 1.820,20 met wettelijke rente vanaf 10 februari 2011, alsmede in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Cliënt wordt veroordeeld tot betaling van de factuur van € 1.820,20 met wettelijke rente en proceskosten.