Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Dönerix v.o.f.gevestigd te [vestigingsplaats 1],
[appellant 2.],wonende te [woonplaats],
[appellant 3.],wonende te [woonplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 223895/HA ZA 10-2954)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
Ofschoon grief 3 verder niet van een toelichting is voorzien begrijpt het hof dat World of Kebab tevens wenst op te komen tegen de bewijswaardering van de rechtbank, zoals vervat in r.o. 4.11-16 van het eindvonnis van 9 mei 2012.
Beide partijen hebben overzichten overgelegd, welke qua uiterlijke verschijningsvorm op elkaar lijken, doch waarvan de status en herkomst niet altijd duidelijk is. Ook de bewijskracht daarvan is gering. Die constatering is van betrekkelijk beperkt belang ten aanzien van de overzichten van World of Kebab, aangezien overeenkomstig de hoofdregel van art. 150 Rv Pro. bij strijd over de vraag of een factuur betaald is, de bewijslast te dien aanzien op degene rust die stelt dat er betaald is, dus op Dönerix c.s. Het gaat er dus om of aan de door Dönerix overgelegde overzichten bewijs kan worden ontleend.