Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.,
ABVAKABO FNV,
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer C/03/177747/KG ZA 13-25)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- Tussen de Bonden als eisers en (de rechtsvoorgangster van) de Brandweer als gedaagde is een procedure gevoerd voor de kantonrechter te Maastricht.
- Bij vonnis van 18 april 2012 (met nummer 420829 CV EXPL 11-1312) heeft de kantonrechter onder meer als volgt beslist:
- De Bonden hebben het vonnis van de kantonrechter op 24 april 2012 aan de brandweer doen betekenen.
- Geen van partijen is in hoger beroep gegaan.
- Op 10 januari 2013 hebben de Bonden uit kracht van het vonnis van de kantonrechter executoriaal beslag gelegd ten laste van de Brandweer onder Rabobank, zulks tot verhaal van de volgens de vakbonden door de brandweer verbeurde dwangsommen tot het maximumbedrag van € 250.000,-.
NJ1994, 652, LJN ZC 1367, HR 15 november 2002, NJ 2004, 410 en HR 23 februari 2007, LJN AZ 3085 en HR ). Bezien moet worden of de uitgesproken veroordeling, naar redelijkheid uitgelegd en mede gelet op de gronden waarop deze werd gegeven, is nageleefd.
dat een dagdienst waarbij werknemers verplicht worden tijdens de pauze op de arbeidsplaats op oproep beschikbaar te zijn voldoet aan alle voorwaarden die artikel 1:1 ATB Pro daaraan stelt. De aard van de regeling brengt ook mee dat deze strikt dient te worden geïnterpreteerd. Dit brengt mee dat deze dagdienst een aanwezigheidsdienst in de zin van voornoemd artikel vormt”.
“Tegen de achtergrond van hetgeen hiervoor onder 3.3.3. en 3.3.4. is overwogen, dienen de vorderingen onder II en III te worden beoordeeld.”