Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 08-2553 185966)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
Het gebeurt een paar keer per week dat zij ’s nachts het bed uit gaat om reden van hevige rugpijn (…) ’s Morgens is er altijd gedurende meer dan twee uur extra stijfheid in de rug.(…) Zitten is altijd pijnlijk. (…) Staan is ook een probleem. Zij ervaart dan in toenemende mate pijn en een branderig gevoel, alsof de rug in brand staat. Ze wordt daar paniekerig van, gaat dan transpireren. (…) Lopen is nog het beste dat zij doen kan, maar ook daarin is zij beperkt geraakt. Zij heeft ook nog steeds veel herbelevingen van het ongeval, hoort steeds het gegil weer (…)Ze heeft helemaal geen zin meer in handwerken, wandelen vermoeit haar ook, ook daar heeft ze geen zin in, ze begrijpt dat dat ook voor een groot gedeelte psychisch is. Autorijden doet ze alleen als het moet, kleine eindjes. Tuinieren is er niet meer bij. Bij boodschappen doen laat ze zich helpen.”
- reiskosten ten bedrage van € 1.099,98;
- een bedrag aan smartengeld van € 17.500,00, derhalve € 7.000,-- meer dan in eerste aanleg is toegewezen ;
- een bedrag inzake buitengerechtelijke kosten advocaat ten bedrag van € 6.636,72, derhalve € 5.478,72 meer dan in eerste aanleg is toegewezen.