Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1.],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 157268/HA ZA 06-341)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde 2.] verleende verstek;
- de memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis, met één productie;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde 1.];
- de akte van depot van 22 februari 2013;
- het pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- Erflaters hebben de testamenten van 12 januari 2006 niet op rechtsgeldige wijze herroepen. De primaire vorderingen zijn daarom niet toewijsbaar (rechtsoverweging 3.4).
- Omdat [appellante] zich heeft verzet tegen het bepaalde onder V van het testament van erflater wordt zij ingevolge het onder C van het testament bepaalde in de legitieme gesteld (rechtsoverweging 3.7). De legitieme portie moet overeenkomstig het vóór 1 januari 2003 geldende erfrecht bepaald worden (rechtsoverwegingen 3.2 en 3.7).
- [geïntimeerde 1.] en [geïntimeerde 2.] zijn niet gehouden om rekening en verantwoording af te leggen over het verloop van de financiële situatie van erflaters tot aan hun overlijden (rechtsoverweging 3.10).
- [appellante] heeft van erflaters schenkingen tot een bedrag van fl. 87.000,-- ontvangen (rechtsoverweging 3.20).
- het saldo van de betaalrekening van erflater na voldoening van de begrafeniskosten, zijnde een bedrag van € 323,05
- de gift aan [geïntimeerde 1.] van € 34.033,52 (fl. 75.000,--)
- de gift aan [geïntimeerde 2.] van € 27.226,81 (fl. 60.000,--)
- de gift aan [appellante] van
- Totale legitimaire massa € 101.039,21
- dat [appellante] recht heeft op ¼ van deze legitimaire massa, zijnde een bedrag van € 25.259,80;
- dat de door [appellante] reeds ontvangen gift van € 39.478,88 haar aandeel in de legitimaire massa overtreft, zodat de subsidiaire vordering onder V van [appellante] afgewezen moet worden.
- dat de testamenten van erflaatster en erflater zijn verleden ten overstaan van een door [geïntimeerde 1.] aangezochte notaris;
- dat [geïntimeerde 1.] erflater en erflaatster oneigenlijk onder druk heeft gezet door bij herhaling te dreigen dat hij naar België zou verhuizen als erflater en erflaatster geen testament zouden opmaken met de door [geïntimeerde 1.] gewenste strekking.
- volgens de getuigenverklaring van [getuige 1.] niet is opgesteld door een beëdigd taxateur;
- uitgaat van een onjuiste peildatum (2 januari 1978 in plaats van 20 oktober 1976);
- ongeveer 20 jaar na de in acht te nemen peildatum is opgesteld;
- gebaseerd is op aannames omdat de boerderij, zoals die op de peildatum bestond, niet meer aanwezig was ten tijde van de taxatie;
- geen rekening houdt met de staat van onderhoud van de onroerende zaak.
- schuldbekentenis van 15 januari 1981, waarin staat dat [geïntimeerde 2.] verklaart “wegens op heden ter leen ontvangen gelden” aan erflater fl. 168.750,-- verschuldigd te zijn;
- schuldbekentenis van 1 januari 1982, waarin staat dat [geïntimeerde 2.] verklaart “wegens op heden ter leen ontvangen gelden” aan erflater fl. 109.000,-- verschuldigd te zijn.
- [geïntimeerde 1.] heeft ter griffie onder meer twee door erflater bijgehouden boeken met geboekte inkomsten en uitgaven over de periode 1977 tot en met 1999 overgelegd. In deze boeken zijn onder meer bedragen geboekt die erflater aan [geïntimeerde 2.] ter leen heeft verstrekt. Volgens deze boeken was [geïntimeerde 2.] op 1 januari 1981 wegens ter leen ontvangen gelden aan erflater fl. 145.000,-- schuldig. Uit de boekingen blijkt dat dit saldo in de loop van de daaraan voorafgaande jaren geleidelijk is opgebouwd en bestaat uit meerdere kleine geldleningen. Verder is genoteerd dat [geïntimeerde 2.] per 16 januari 1981 (aanvullend) fl. 23.750,-- heeft geleend. Deze bedragen vormen tezamen (behoudens een gering afrondingsverschil) het bedrag van fl. 168.000,-- dat [geïntimeerde 2.] bij de schuldbekentenis van 15 januari 1981 heeft erkend schuldig te zijn. Dit vormt een ondersteuning van de stelling van [geïntimeerde 2.] (zoals toegelicht in productie 8 bij de conclusie van antwoord) dat het leensaldo in de loop der jaren is opgebouwd en dat de bewoordingen “wegens op heden ter leen ontvangen gelden” niet aldus moeten worden begrepen dat het hele bedrag op die datum ter leen is verstrekt maar aldus dat het saldo van de leningen op die datum in totaal het genoemde bedrag beliep.
- In de boeken/boekhouding is geen enkele aanwijzing te vinden voor de stelling van [appellante] dat op of omstreeks 1 januari 1982 nogmaals een bedrag van fl. 109.000,-- ter leen is verstrekt aan [geïntimeerde 2.]. Een boeking van dien aard komt niet voor en ook uit het saldoverloop van de lening blijkt niet dat een dergelijk bedrag aanvullend ter leen is verstrekt. Dit duidt op de juistheid van de stelling van [geïntimeerde 2.] en [geïntimeerde 1.] dat met de schuldbekentenis van 1 januari 1982 tot uitdrukking werd gebracht dat het saldo van het bedrag dat [geïntimeerde 2.] wegens ter leen ontvangen bedragen schuldig was aan erflater, bij wege van kwijtschelding met fl. 60.000,-- werd verminderd van fl. 168.000,-- tot fl. 109.000,-- en dat ook in de naar aanleiding hiervan opgemaakte schuldbekentenis aan de bewoordingen “wegens op heden ter leen ontvangen gelden” de betekenis moet worden gegeven dat het saldo van de leningen op die datum het genoemde bedrag beliep.
- [geïntimeerde 1.] en [geïntimeerde 2.] hebben tijdens het getuigenverhoor als getuigen onder ede overeenkomstig het voorgaande verklaard.
- Erflaters hebben in overeenstemming met het voorgaande en in overeenstemming met de boekingen die in de gedeponeerde boekhouding zijn gemaakt, op 12 januari 2006 bij de notaris verklaard dat [geïntimeerde 2.] alle door hem geleende gelden heeft terugbetaald, behalve het aan hem in fases kwijtgescholden bedrag van fl. 80.000,-- (waar het eerder genoemde bedrag van fl. 60.000,-- klaarblijkelijk onderdeel van uitmaakt).
- saldo van de betaalrekening van erflater na voldoening van de begrafeniskosten, zijnde een bedrag van € 323,05
- de gift aan [geïntimeerde 1.] van € 34.033,52 (fl. 75.000,--)
- de gift aan [geïntimeerde 2.] van € 36.302,41 (fl. 80.000,--)
- de gift aan [appellante] van
- Totale legitimaire massa € 110.137,86