Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 428298 CV EXPL 11-2050)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met een productie;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant huurde vanaf augustus 2007 een woning van Wonen Zuid en klaagde vanaf begin 2009 over rattenoverlast. Wonen Zuid voerde diverse onderzoeken en herstelwerkzaamheden uit, maar reageerde volgens appellant onvoldoende snel op klachten die al kort na aanvang van de huurovereenkomst zouden zijn gemeld.
De rechtbank wees de vordering van appellant tot immateriële schadevergoeding af. In hoger beroep staat centraal of appellant reeds kort na aanvang van de huurovereenkomst duidelijk en frequent heeft geklaagd over de rattenoverlast en of Wonen Zuid daardoor tekort is geschoten in haar verplichtingen. Het hof erkent dat ernstige nachtelijke overlast een aantasting in de persoon kan opleveren en dat Wonen Zuid bij klachten adequaat had moeten optreden.
Het hof acht appellant nog niet geslaagd in de bewijslevering van tijdige klachten, maar staat hem toe dit alsnog te bewijzen door getuigen te horen. Indien appellant slaagt, acht het hof een immateriële schadevergoeding van € 1.000 passend vanwege de vertraagde oplossing en de aard van de overlast. De zaak wordt verwezen voor getuigenverhoor en verdere beslissing wordt aangehouden.
Partijen wordt geadviseerd in onderling overleg tot regeling te komen om getuigenverhoren te voorkomen.
Uitkomst: Hof staat appellant toe bewijs te leveren van tijdige klachten over rattenoverlast en houdt verdere beslissing aan.