ECLI:NL:GHSHE:2013:2649
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. Rutgers
- M. van Zinnen
- P.J. Hödl
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof verklaart zich onbevoegd tot kennisneming vordering tenuitvoerlegging ISD-maatregel
De zaak betreft het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Breda tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel aan een veroordeelde. De ISD-maatregel was opgelegd voor twee jaar met een proeftijd van twee jaar, onder voorwaarden waaronder gedragsvoorschriften en behandeling voor verslavingsproblematiek.
Het openbaar ministerie had een vordering tot tenuitvoerlegging ingediend omdat de veroordeelde zich tijdens de proeftijd schuldig had gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank Breda had deze tenuitvoerlegging gelast. Tegen deze beslissing werd hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Tijdens de terechtzitting stelde het hof ambtshalve de vraag naar zijn bevoegdheid om kennis te nemen van het hoger beroep. Op grond van artikel 509 van Pro het Wetboek van Strafvordering is het hof Arnhem exclusief bevoegd voor hoger beroep tegen beslissingen omtrent de ISD-maatregel. Het hof 's-Hertogenbosch verklaarde zich daarom onbevoegd tot kennisneming van de vordering tot tenuitvoerlegging.
De beslissing betreft uitsluitend de bevoegdheid tot behandeling van het hoger beroep tegen de tenuitvoerleggingsvordering en niet de strafzaak zelf. Het vonnis werd uitgesproken op 18 juni 2013 door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het gerechtshof 's-Hertogenbosch verklaart zich onbevoegd tot kennisneming van de vordering tot tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel.