Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Avenue2 Infra V.O.F.,
[Infra] Infra B.V.,
[Civiele Projecten] Civiel Projecten B.V.
31 augustus 2012 tussen appellanten - gezamenlijk: Avenue c.s. - als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie, en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als eiseres in conventie, verweerster in reconventie.
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 173515/KG ZA 12-318)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de akte aanvulling memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte uitlating producties tevens reactie memorie van antwoord van [geïntimeerde];
- de antwoordakte van Avenue c.s.
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
e-mail van 30 januari 2012 aan [directeur van Avenue] heeft [zoon van geintimeerde] meegedeeld dat de bijdrage voor de VVE voor [directeur van Avenue] € 245,16 bedroeg. Bij e-mail van 31 januari 2012 heeft [directeur van Avenue] aan [zoon van geintimeerde] geschreven dat de bijdrage van € 245,16 met terugwerkende kracht toegevoegd zal worden aan de maandelijkse vergoeding (alle e-mails prod. 12 en 13 inl. dagv.). Tot en met mei 2012 is op deze wijze onverkort uitvoering gegeven aan deze overeenkomst.
bij het sluiten van de overeenkomst verschillende belevingen bestonden met betrekking tot hetgeen door u ter beschikking gesteld zou worden. Als gevolg daarvan constateren wij nu dat er geen overeenkomst tot stand gekomen is (…)”. Avenue vervolgt de brief door mee te delen dat de vergoeding stopgezet wordt, het appartement ontruimd wordt zodat [geïntimeerde] daarover weer de volle beschikking krijgt.
Avenue2 erkent dat de overlast in het appartement van mevrouw [zoon van geintimeerde] ([appartementsnummer]) aanleiding geeft om naar vervangende woonruimte te zoeken voor de duur van de bouwwerkzaamheden.”
inclusief berging, komt gelet op het voorgaande (beoordeling grieven 3 en 4) in ieder geval niet voor toewijzing in aanmerking.
5.De uitspraak
LL.R. van Harinxma thoe Slooten en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 juni 2013.