Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.de maatschap [notarissen] Notarissen,gevestigd te [vestigingsplaats],
Notarispraktijk [Notarispraktijk 1.] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
[geintimeerde 3.],wonende te [woonplaats],
Notarispraktijk [Notarispraktijk 2.] B.V.,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 388952 cv expl 10/3276)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, houdende wijziging van eis, met producties;
- de memorie van antwoord.
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
Kamerstukken II1951/52, 881, nr. 6, p. 30) te verschaffen die in overeenstemming is met de aard en de ernst van de tekortkoming van de wederpartij. Daarmee strookt dat de rechter een grote mate van vrijheid heeft op grond van alle omstandigheden de hoogte van de schadevergoeding te bepalen. De algemene regels van Boek 6 BW zijn op de begroting van de schadevergoeding van toepassing (HR 12 februari 2010, LJN: BK4472 Rutten/Breed in aansluiting op HR 27 november 2009, LJN: BJ6596 Van der Grijp/Stam). Het hof stelt verder voorop, dat op grond van artikel 6:97 BW Pro de rechter de schade in beginsel moet begroten en wel op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Alleen indien de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, wordt zij geschat.