ECLI:NL:GHSHE:2012:BY8151
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- C.E.L.M. Smeenk
- M.G.W.M. Stienissen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst
De werknemer, in dienst sinds 1988 bij Profcore als meewerkend voorman logistiek, werd ontslagen wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Hij stelde dat de opzegging kennelijk onredelijk was omdat hij onterecht als meewerkend voorman werd aangemerkt, terwijl hij allround medewerker logistiek was, waardoor het anciënniteits- en afspiegelingsbeginsel niet juist werden toegepast.
Het hof oordeelde dat de werknemer onvoldoende feiten had aangevoerd om zijn stellingen te onderbouwen. De functie-indeling door Profcore was aannemelijk en niet weersproken. Ook was de bedrijfseconomische noodzaak voor ontslag voldoende aannemelijk gemaakt door Profcore, die een aanzienlijke terugloop in opdrachten en bankzitters kon aantonen.
Verder stelde de werknemer dat Profcore onvoldoende inspanningen had verricht om hem elders te herplaatsen en dat het ontbreken van een financiële vergoeding onredelijk was. Het hof vond dat Profcore wel degelijk begeleiding had aangeboden, maar de werknemer deze had afgewezen. Ook het ontbreken van een vergoeding was op zichzelf geen grond voor kennelijk onredelijke opzegging.
Gelet op het ontbreken van bijzondere omstandigheden en onvoldoende onderbouwing van de werknemer, bevestigde het hof het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de werknemer af wegens onvoldoende onderbouwing van kennelijk onredelijke opzegging.