ECLI:NL:GHSHE:2012:BY3827
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C.G. Brants
- M.J.C. Koens
- A.E. van Solinge
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontheffing moeder van ouderlijk gezag over minderjarigen afgewezen
In deze zaak stond de ontheffing van de moeder van het ouderlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen centraal. De rechtbank had de moeder ontheven van het gezag, waarna de moeder in hoger beroep ging. Het hof heeft de belangen van de minderjarigen zorgvuldig afgewogen, waarbij ook hun mening is gehoord.
De moeder betoogde dat zij niet ongeschikt of onmachtig is en dat de ontheffing niet in het belang van de kinderen is. Zij benadrukte haar verbeterde situatie en de wens van haar zoon om na zijn meerderjarigheid bij haar te wonen. De raad en de stichting voerden aan dat de ontheffing noodzakelijk is vanwege de problematiek van de kinderen en het ontbreken van perspectief op thuisplaatsing.
Het hof oordeelde dat het belang van de zoon zich verzet tegen ontheffing gezien zijn aanstaande meerderjarigheid en het ontbreken van een aantoonbaar voordeel van de ontheffing in deze korte periode. Voor de dochter concludeerde het hof dat de ontheffing contra-productief werkt en haar behandeling belemmert. Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek tot ontheffing af. Tevens benoemde het hof ambtshalve een bijzondere curator voor de minderjarigen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontheffing van de moeder van het gezag over de minderjarigen af en benoemt een bijzondere curator.