ECLI:NL:GHSHE:2012:BX9302
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.Th. Begheyn
- Th.C.M. Hendriks-Jansen
- S. Riemens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vergoeding en verbindendverklaring WCAM-overeenkomst bij effectenleasegeschil
Appellant sloot in 1998/1999 drie effectenlease-overeenkomsten met een rechtsvoorganger van Dexia. Deze overeenkomsten betroffen restschuldproducten met een looptijd van 120 tot 180 maanden, waarbij een restantbedrag aan het einde van de looptijd verrekend zou worden met de verkoopopbrengst van de effecten. Dexia beëindigde de overeenkomsten wegens achterstanden en stelde eindafrekeningen op, waarbij appellant een restantbedrag verschuldigd bleef.
In 2007 werd de WCAM-overeenkomst, een vaststellingsovereenkomst tussen Dexia en belangenorganisaties, verbindend verklaard. Deze regeling voorziet in een uitputtende schaderegeling voor effectenlease-overeenkomsten en bepaalt dat de vergoeding bindend is, tenzij deze naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Appellant legde geen opt-outverklaring af en betwistte later de hoogte van de vergoeding en de toepasselijkheid van de WCAM-overeenkomst.
Het hof oordeelt dat appellant, die pas na verbindendverklaring partij werd, zich niet kan beroepen op vernietigingsgronden zoals bedrog of dwaling tegen de WCAM-overeenkomst. De vergoeding berekend door Dexia is gebaseerd op objectieve gegevens en vormt geen definitieve beslissing die door de rechter kan worden getoetst. Het hof bevestigt dat de vergoeding niet onaanvaardbaar is en veroordeelt appellant tot betaling van het door Varde gevorderde bedrag, met proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €42.171,92 aan Varde, met bevestiging van de bindende werking van de WCAM-overeenkomst en afwijzing van vernietigingsgronden.