ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7997
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H.A.G. Fikkers
- J.C.J. van Craaikamp
- A.J. Coster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldige cessie van toekomstige vorderingen ondanks directe betalingen aan cedent
In deze civiele zaak stond de geldigheid van een cessie van toekomstige vorderingen centraal, waarbij [Express] betwistte dat zij aan KBC Commercial Finance (voorheen IFB) verschuldigd was nadat zij betalingen rechtstreeks aan [Logistiek] Logistiek had gedaan. Het hof bevestigde dat de factoringovereenkomst als akte van cessie geldt en dat toekomstige vorderingen rechtsgeldig kunnen worden overgedragen, mits aan de vereisten van art. 3:84 BW Pro is voldaan.
Het hof oordeelde dat de cessie ook toekomstige vorderingen omvat en dat de mededeling van cessie aan de debiteur, hier door het aanbrengen van een cessietekst op facturen en het toezenden van afgifteborderellen, rechtsgeldig was geschied. Hierdoor was [Logistiek] Logistiek vanaf dat moment niet meer gerechtigd tot de vorderingen, en waren betalingen door [Express] aan [Logistiek] Logistiek niet bevrijdend.
De stelling van [Express] dat de cessie niet voldoende bepaalbaar was of dat zij niet op de hoogte was van de cessie, werd verworpen. Het hof wees ook bewijsaanbiedingen van [Express] af als niet ter zake dienende. Wel werd de vordering van KBC tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank voor het overige en veroordeelde [Express] in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en op 18 september 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De cessie van toekomstige vorderingen is rechtsgeldig; betalingen aan cedent zijn niet bevrijdend; buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.