ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7324

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AVNR. 000843-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 406 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van openbaar ministerie in tussentijds hoger beroep tegen opheffing voorlopige hechtenis

In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch geoordeeld over de ontvankelijkheid van het hoger beroep dat het openbaar ministerie heeft ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Maastricht tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

De rechtbank had op 22 mei 2012 het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis toegewezen. Het openbaar ministerie stelde hiertegen hoger beroep in bij het hof. Het hof heeft vervolgens onderzocht of dit hoger beroep ontvankelijk is op grond van artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 406 Sv Pro bepaalt in het eerste lid dat tegen tussenuitspraken in principe geen tussentijds hoger beroep openstaat. Het tweede lid maakt een uitzondering voor bepaalde beslissingen omtrent voorlopige hechtenis vanwege het ingrijpende karakter van vrijheidsontneming. Het hof oordeelt echter dat dit niet zo ver reikt dat het openbaar ministerie afzonderlijk tussentijds hoger beroep kan instellen tegen een op de terechtzitting genomen beslissing tot opheffing van voorlopige hechtenis.

Daarom verklaart het hof het hoger beroep van het openbaar ministerie niet-ontvankelijk. Deze beslissing onderstreept de restrictieve uitleg van artikel 406 Sv Pro ten aanzien van tussentijds hoger beroep door het OM tegen beslissingen tot opheffing van voorlopige hechtenis.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep van het openbaar ministerie niet-ontvankelijk.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Sector strafrecht
Bijzondere zaak, nummer: AVNR. 000843-12
Parketnummer 1e aanleg: 03-700142-12
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank te Maastricht van 22 mei 2012, waarbij door de officier van justitie in de zaak tegen:
[verdachte]
geboren [geboortedatum en geboorteplaats]
wonende te [adres]
hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Maastricht van 22 mei 2012, bij welke beslissing het verzoek tot opheffing van de aan [verdachte] opgelegde voorlopige hechtenis werd toegewezen.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.
Het hof stelt vast dat de officier van justitie appel heeft ingesteld tegen de ter terechtzitting genomen beslissing van de rechtbank Maastricht van 22 mei 2012, inhoudende de opheffing van de voorlopige hechtenis. In artikel 406, eerste lid, Wetboek van Strafvordering staat als uitgangspunt omschreven dat van tussenuitspraken geen tussentijds hoger beroep openstaat. Ingevolge het tweede lid van dat artikel heeft de wetgever vanwege het ingrijpende karakter van het dwangmiddel van vrijheidsontneming voor de verdachte, zij het in een beperkt aantal gevallen, hoger beroep op de voet van artikel 406, tweede lid, Wetboek van Strafvordering opengesteld tegen beslissingen omtrent de voorlopige hechtenis. De opvatting dat artikel 406 Wetboek Pro van Strafvordering, gelet op het systeem van de wet en op de ratio van die bepaling, zodanig gelezen dient te worden dat het openbaar ministerie afzonderlijk tussentijds appel kan instellen tegen de op de terechtzitting genomen beslissing tot opheffing van de voorlopige hechtenis, vindt dientengevolge geen steun in het recht.
Het hof is van oordeel dat de officier van justitie derhalve niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde hoger beroep tegen de beslissing tot toewijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.
BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gedaan op 14 juni 2012
door mr. J.P.F. Rijken, voorzitter, mr. E.S.G.N.A.I. van de Griend en mr. R.M. Peters,
in tegenwoordigheid van dhr. J.A. Bekke, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 14 juni 2012
Gezien d.d.
De directeur van