ECLI:NL:GHSHE:2012:BX2014

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
20-001092-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10.2 Wet milieubeheer
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak gemeente Middelburg wegens niet bewezen ontdoen van baggerslib buiten inrichting

In deze strafzaak stond de gemeente Middelburg terecht wegens het vermeende ontdoen van baggerslib buiten een inrichting, in strijd met artikel 10.2 van de Wet milieubeheer. Het hof heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Middelburg, waarbij de officier van justitie een geldboete had geëist. Tijdens het onderzoek in hoger beroep is de tenlastelegging gewijzigd, waardoor het hof het vonnis van de rechtbank vernietigde.

De tenlastelegging betrof het onrechtmatig storten van baggerslib, vermengd met diverse verontreinigingen, op een voormalige stortplaats nabij Middelburg, al dan niet in samenwerking met het Waterschap Zeeuwse Eilanden. De gemeente Middelburg was formeel vergunninghouder van het depot “Mortiere” en betrokken bij baggerwerkzaamheden, maar het hof vond geen wettig en overtuigend bewijs dat zij strafrechtelijk relevante handelingen heeft verricht met betrekking tot de stortingen buiten het depot.

De verdediging pleitte primair vrijspraak en subsidiair ontslag van rechtsvervolging, hetgeen het hof volgde. De gevorderde geldboete werd niet opgelegd vanwege het ontbreken van bewijs. Het arrest werd op 17 juli 2012 uitgesproken door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarbij de gemeente Middelburg werd vrijgesproken van de tenlastelegging.

Uitkomst: De gemeente Middelburg wordt vrijgesproken wegens het niet bewezen zijn van het ontdoen van baggerslib buiten een inrichting.

Uitspraak

Sector strafrecht
Parketnummer: 20-001092-11
Uitspraak: 17 juli 2012
TEGENSPRAAK
Arrest van de economische kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Middelburg van 3 maart 2011 in de strafzaak met parketnummer 12-994813-08 tegen:
GEMEENTE MIDDELBURG,
statutair gevestigd te 4337 PA Middelburg, Kanaalweg 3.
Hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd en verdachte zal veroordelen tot een geldboete van EUR 25.000,-, waarvan EUR 12.500,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Door de raadsman van verdachte is primair vrijspraak bepleit en subsidiair ontslag van alle rechtsvervolging. Uiterst subsidiair is betoogd dat bij een eventuele strafoplegging rekening dient te worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.
Tenlastelegging
Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:
zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 27 december 2006 tot en met
25 januari 2007 te Middelburg, gemeente Middelburg, tezamen en in vereniging met het Waterschap Zeeuwse Eilanden of (een) ander(en), althans alleen, op een perceel (een voormalige stortplaats) gelegen aan of nabij de Weg van Middelburg naar Kleverskerke, al dan niet opzettelijk, zich van afvalstoffen, te weten baggerslib vermengd en/of verontreinigd met plastic en/of ijzer en/of hout en/of fietsbanden en/of autobanden en/of tractorbanden en/of glas en/of steen en/of asbest heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Met de verdediging is het hof van oordeel dat, op grond van het onderzoek ter terechtzitting, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.
Daartoe overweegt het hof dat niet bewezen kan worden dat verdachte zich - al dan niet opzettelijk - heeft ontdaan van afvalstoffen, te weten baggerslib, door deze buiten een inrichting te storten, noch dat zij dat in nauwe en bewuste samenwerking met het Waterschap de Zeeuwse Eilanden heeft gedaan.
De verdachte is weliswaar als formeel vergunninghouder van het depot “Mortiere” betrokken geweest bij de baggerwerkzaamheden in de watergangen en de stort van deze bagger in het depot, maar met betrekking tot de ten laste gelegde stortingen van baggerslib vanuit dat depot op de voormalige stortplaats van [eigenaar perceel] aan de Weg van Middelburg naar Kleverskerke is tijdens het onderzoek ter terechtzitting niet door wettige bewijsmiddelen komen vast te staan dat zij een strafrechtelijk relevante rol heeft gespeeld.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. H. Harmsen, voorzitter,
mr. T.A. de Roos en mr. F.P.E. Wiemans, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.C.H. van der Heijden, griffier,
en op 17 juli 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. F.P.E. Wiemans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.