ECLI:NL:GHSHE:2012:BX0076
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. van Dun
- J. Swinkels
- H.J. Cosijn
- Rechtspraak.nl
Houdermaatschappij tandartspraktijk verricht vrijgestelde prestatie volgens omzetbelasting
Belanghebbende, een houdstermaatschappij die aandelen bezit in een werkmaatschappij waarin een tandartspraktijk wordt uitgeoefend, bracht vergoedingen in rekening voor de werkzaamheden van haar enige werknemer, een tandarts, aan de werkmaatschappij. De Inspecteur stelde dat deze vergoedingen betrekking hadden op het inlenen van personeel en daarom belast waren met het algemene BTW-tarief van 19%. Belanghebbende stelde dat sprake was van vrijgestelde prestaties volgens artikel 11, lid 1, onderdeel g, van de Wet op de omzetbelasting 1968, omdat de tandarts de diensten aan patiënten verrichtte.
De Rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar het Hof stelde in hoger beroep vast dat de houdstermaatschappij geen andere activiteiten ontplooide dan het houden van aandelen en het in dienst hebben van de tandarts die de medische diensten verricht. Het Hof verwees naar een arrest van de Hoge Raad uit 1991 waarin werd bepaald dat geen onderscheid mag worden gemaakt tussen medische diensten die rechtstreeks of via een vennootschap worden verricht.
Het Hof oordeelde dat de vergoedingen van belanghebbende aan de werkmaatschappij vrijgestelde prestaties zijn en vernietigde de naheffingsaanslagen. Tevens werden de griffierechten en proceskosten aan belanghebbende vergoed. De uitspraak bevestigt de toepassing van de vrijstelling voor medische diensten ook in situaties met een houdstermaatschappij zonder andere activiteiten.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting worden vernietigd omdat de houdstermaatschappij vrijgestelde medische diensten verricht.