ECLI:NL:GHSHE:2012:BW9161
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepasselijkheid Nederlandse opzegtermijn bij ontslag wegens economische redenen
In deze civiele zaak staat de uitleg van een arbeidsvoorwaardelijke overeenkomst centraal die is gesloten tussen Koninklijke Sphinx B.V. en vakbonden in het kader van een reorganisatie en verplaatsing van activiteiten naar België. De werknemer, woonachtig in Nederland maar werkzaam in België, werd ontslagen wegens economische redenen en vorderde een gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging.
De kantonrechter had geoordeeld dat Sphinx de opzegtermijn conform de formule Claeys moest toepassen, een opzegtermijn die typisch is voor het Belgische ontslagrecht. Het hof stelt echter vast dat deze bepaling in de overeenkomst alleen geldt voor overige redenen dan economische, waarbij Belgisch recht van toepassing is. Bij economische redenen geldt het Nederlandse ontslagrecht inclusief de Nederlandse opzegtermijnen.
Het hof baseert zich op de cao-norm voor uitleg, de tekst van de overeenkomst, het Sociaal Plan van 2009 en de objectieve bedoeling van partijen. De grief van Sphinx slaagt, het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en de vorderingen van de werknemer worden afgewezen. Tevens wordt de werknemer veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen en in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de werknemer af wegens toepassing van het Nederlandse ontslagrecht bij economische redenen.