ECLI:NL:GHSHE:2012:BW6800
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- van Etten
- Meulenbroek
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Verdeling nalatenschap en agrarisch bedrijf met geschil over mestrechten en suikerbietenquotum
In deze civiele zaak draait het om de verdeling van een nalatenschap waarin een agrarisch bedrijf is betrokken, met name over de toedeling van cultuurgronden en de afwikkeling van diverse vorderingen tussen erfgenamen.
Na deskundigenonderzoek, getuigenverklaringen en comparitie van partijen heeft het hof geoordeeld dat er geen verplaatsbare mestproductierechten op naam van de overledene stonden en dat de grondgebonden rechten de grond volgen en gezamenlijk eigendom zijn. Het hof oordeelde dat [geïntimeerde] geslaagd is in zijn bewijs dat hij een afspraak had met vader over het gebruik van stallen in ruil voor het suikerbietenquotum, waardoor eerdere vonnissen die dit anders bepaalden, worden vernietigd.
Verder werd vastgesteld dat [geïntimeerde] niet slaagde in zijn bewijs dat hij voor mestafzet geen vergoeding hoefde te betalen, waardoor een correctie van de vordering plaatsvindt. Ook werd de maïsopbrengst over 1994 en 1995 vastgesteld aan de hand van een deskundigenrapport, waarbij een onterechte aftrek voor groenbemesting werd gecorrigeerd.
Het hof vernietigde de eerdere vonnissen voor zover deze betrekking hadden op de grondverdeling en de omvang van de vordering op [geïntimeerde], en besloot tot een nieuwe verdeling van de cultuurgronden conform de tussen partijen overeengekomen regeling. Tevens werd een vordering van circa €5.471,45 toegewezen aan [geïntimeerde], met verplichting tot betaling aan de andere erfgenamen. De proceskosten van het hoger beroep worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof herverdeelt de cultuurgronden en wijst een vordering van €5.471,45 toe aan [geïntimeerde], met verplichting tot betaling aan de andere erfgenamen.