ECLI:NL:GHSHE:2012:BW6765
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C.G. Brants
- C.D.M. Lamers
- M.C. van Dijkhuizen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vervangende toestemming verhuizing kinderen naar Turkije na echtscheiding en hertrouwen moeder
De moeder en vader zijn in 2001 in Turkije gehuwd en hebben twee kinderen. Na hun echtscheiding in 2010 is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder vastgesteld. De moeder hertrouwde kort daarna met een man woonachtig in Turkije en verhuisde met de kinderen naar Turkije. De vader verzet zich tegen deze verhuizing en stelt dat dit nadelige gevolgen heeft voor de kinderen, die in Nederland zijn geboren en daar hun sociale netwerk hebben.
De rechtbank had de moeder vervangende toestemming gegeven voor de verhuizing, waarbij zij onder meer oordeelde dat de vader onvoldoende zorg en opvoeding aan de kinderen gaf. De vader kwam hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat de Raad voor de Kinderbescherming onvoldoende onderzoek had verricht naar de situatie in Turkije en de belangen van de kinderen onvoldoende waren meegewogen.
Het hof constateert dat de moeder niet is verschenen en dat er onvoldoende objectieve informatie is over de huidige situatie van de kinderen in Turkije. Het hof acht het noodzakelijk dat de Raad aanvullend onderzoek verricht naar onder meer de woon- en leefsituatie, de relatie met de nieuwe partner van de moeder, het sociaal functioneren en de medische zorg van de kinderen.
Daarom houdt het hof de verdere behandeling aan tot 1 oktober 2012 en verzoekt de Raad tijdig een rapport en advies uit te brengen. Partijen krijgen daarna gelegenheid schriftelijk te reageren. De beslissing over het verzoek tot vervangende toestemming wordt daarmee uitgesteld.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en verzoekt aanvullend onderzoek naar belangen van de kinderen bij verhuizing naar Turkije.