ECLI:NL:GHSHE:2012:BW6455
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over betaling en terugvordering elektriciteitskosten tussen huurders met gezamenlijke meter
In deze civiele zaak draait het om een geschil tussen twee huurders die gezamenlijk één elektriciteitsmeter gebruikten. De hoofdverbruiker factureerde een deel van de energiekosten door aan de andere huurder, die betwistte dat het gefactureerde bedrag correct was. Na diverse facturen en betalingen ontstond onenigheid over de hoogte van de verschuldigde bedragen en de gemaakte afspraken.
De rechtbank wees de vordering van de appellant af wegens onvoldoende onderbouwing van zijn stellingen over de afspraken. In hoger beroep stelt appellant dat partijen hadden afgesproken dat hij alleen zou betalen voor daadwerkelijk verbruikte elektriciteit, terwijl geïntimeerde eenzijdig het bedrag verhoogde. Geïntimeerde betwist dit en stelt dat op 4 maart 2009 een vaststellingsovereenkomst is gesloten waarin een maandbedrag van € 450 werd overeengekomen.
Het hof overweegt dat appellant de bewijslast draagt voor onverschuldigde betaling, maar dat geïntimeerde voldoende heeft onderbouwd dat een vaststellingsovereenkomst is gesloten. Het hof staat appellant toe bewijs te leveren dat deze overeenkomst niet bestaat en bepaalt dat getuigen zullen worden gehoord. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering.
De uitspraak is gewezen door de kamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 22 mei 2012 en bevat uitgebreide processtukken en correspondentie over de energiekosten en afspraken tussen partijen.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe over het bestaan van een vaststellingsovereenkomst en houdt verdere beslissing aan.