ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5688
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- P.M.A. de Groot-van Dijken
- P.Th. Gründemann
- P.M. Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging samenwerking en gebruik matrijzen in productie van kunststofproducten
Partijen, RPC en [geintimeerde], waren in een samenwerkingsovereenkomst waarbij [geintimeerde] kunststofproducten vervaardigde met matrijzen die gezamenlijk eigendom waren. Na betalingsachterstanden van RPC beëindigde zij de samenwerking in december 2010, waarna [geintimeerde] geen producten meer leverde aan RPC.
RPC vorderde in kort geding een verbod voor [geintimeerde] om de matrijzen te gebruiken en om producten aan haar klanten te leveren. De voorzieningenrechter verbood het gebruik van de matrijzen zonder schriftelijke toestemming van RPC en veroordeelde RPC tot betaling van een openstaand bedrag aan [geintimeerde].
In hoger beroep voerde RPC aan dat [geintimeerde] ook na beëindiging van de samenwerking geen klanten van RPC mocht beleveren vanwege vertrouwelijke informatie en wanprestatie. Het hof verwierp dit, oordeelde dat het verbod op gebruik van matrijzen blijft gelden na beëindiging en dat er geen sprake was van onrechtmatige concurrentie of wanprestatie door [geintimeerde]. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde partijen in hun respectievelijke proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt het verbod op gebruik van matrijzen zonder toestemming en oordeelt dat levering aan klanten van RPC niet onrechtmatig is; RPC wordt veroordeeld tot betaling aan [geintimeerde].