ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5200
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.W.T. Vriezen
- J.C.J. van Craaikamp
- G.J. Vossenstein
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad en toepassing art. 2:11 BW
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of bestuurders van een rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk zijn voor onrechtmatige daad van die rechtspersoon, met toepassing van art. 2:11 BW Pro. Het hof oordeelde dat deze aansprakelijkheid ook geldt voor tweedegraadsbestuurders, tenzij zij kunnen aantonen dat hen geen persoonlijk verwijt treft.
De appellant, een onderlinge waarborgmaatschappij, vorderde betaling van schadevergoeding van meerdere bestuurders. Het hof stelde vast dat één bestuurder, hoewel formeel bestuurder, niet betrokken was bij het dagelijks bestuur en de onrechtmatige daad, waardoor de vordering tegen haar werd afgewezen.
Verder verwierp het hof een nieuw verweer van matiging dat in hoger beroep werd ingebracht, omdat dit te laat en onvoldoende concreet was onderbouwd. Het hof vernietigde het vonnis van eerste aanleg en wees de vorderingen tegen drie bestuurders hoofdelijk toe, inclusief proceskosten en wettelijke rente.
De uitspraak benadrukt de reikwijdte van art. 2:11 BW Pro in bestuurdersaansprakelijkheid en bevestigt dat bestuurders die zich niet met de feitelijke gang van zaken bemoeien niet aansprakelijk zijn. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad en sluit het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof veroordeelt drie bestuurders hoofdelijk tot betaling van schadevergoeding en wijst de vordering tegen één bestuurder af wegens gebrek aan betrokkenheid.