ECLI:NL:GHSHE:2012:BW3956
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.Th. Begheyn
- Th.C.M. Hendriks-Jansen
- S. Riemens
- Rechtspraak.nl
Borgtocht en mededelingsplicht bank bij pandrecht op vordering in kredietfaciliteit
In deze civiele zaak stond de uitleg en reikwijdte van een borgtochtsovereenkomst centraal, waarbij Heineken zich borg had gesteld voor een kredietfaciliteit verstrekt door ABN AMRO Bank aan een derde. De kredietfaciliteit bestond uit een rekening-courantkrediet en een vijfjarige geldlening. Heineken stelde zich borg voor maximaal € 60.000,=, met een lineaire afbouw.
De bank had een stil pandrecht gevestigd op een vordering van de hoofdschuldenaar op een vennootschap, maar had dit pandrecht niet aan de schuldenaar van die vordering meegedeeld. Heineken stelde dat de bank hierdoor tekort was geschoten in haar zorgplicht en dat zij daardoor schade had geleden, waardoor zij betaling onder de borgtocht kon weigeren.
Het hof oordeelde dat de borgtocht beperkt was tot de geldlening van € 80.000,= en niet zag op het gehele krediet, mede gelet op de tekst van de borgtochtakte en de afbouwregeling. Daarnaast was de bank niet verplicht het pandrecht op de vordering aan de schuldenaar daarvan mede te delen, omdat de omstandigheden dit niet vereisten en Heineken zelf de mogelijkheid had gehad om dit als voorwaarde te stellen. De primaire vordering van de bank werd afgewezen, de subsidiaire vordering toegewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de subsidiaire vordering van de bank tegen Heineken toe, waarbij Heineken in de proceskosten wordt veroordeeld.