ECLI:NL:GHSHE:2012:BW3496
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.A.M. van Schaik-Veltman
- H.A.G. Fikkers
- C.W.T. Vriezen
- Rechtspraak.nl
Eigendom mandelige scheidsmuur tussen panden 9 en 10 te woonplaats
In deze civiele zaak stond de eigendom van een muur tussen twee panden centraal. De appellant, eigenaar van pand nr. 10, stelde dat de rechterzijmuur van zijn woning uitsluitend zijn eigendom was, terwijl de geïntimeerde, eigenaar van pand nr. 9, dit betwistte. De kantonrechter had geoordeeld dat de muur onderdeel was van pand nr. 9 en dus eigendom van de geïntimeerde.
Het hof heeft de situatie ter plaatse onderzocht en geoordeeld dat de muur, waartegen zowel pand nr. 9 als het in 1953 nieuw gebouwde pand nr. 10 zijn aangebouwd, een mandelige muur is. Dit betekent dat de muur gemeenschappelijk eigendom is van de eigenaren van beide panden, conform artikel 5:62 lid 2 BW Pro. Het hof verwierp het eerdere oordeel van de kantonrechter dat de muur uitsluitend eigendom was van de geïntimeerde.
Daarnaast overwoog het hof dat de hoogteverschillen tussen de panden niet leiden tot een gedeeltelijke mandeligheid van de muur. Ook het feit dat de schoorsteen van pand nr. 10 tegen de muur is geplaatst, doet hieraan niet af. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vordering van appellant toe voor zover deze inhield dat de muur mandelig is. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De muur tussen panden 9 en 10 is een mandelige muur en gemeenschappelijk eigendom van de eigenaren van beide panden.