ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1503
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C.G. Brants
- C.D.M. Lamers
- E.F.G.M. Gelderman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsaanvaarding Nederlandse rechter in geschil ouderlijk gezag en omgangsregeling minderjarige
In deze zaak staat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter centraal bij een geschil over het ouderlijk gezag en de omgangsregeling van een minderjarige, geboren in 2005. De moeder woonde aanvankelijk met het kind in België, maar is inmiddels verhuisd naar Nederland, waar ook de vader en grootouders wonen. Alle betrokkenen hebben de Nederlandse nationaliteit.
Het hof van beroep van Antwerpen verzocht het hof in Nederland om de bevoegdheid overeenkomstig artikel 15 lid 5 van Pro de Verordening Brussel II bis uit te oefenen. Het hof overweegt dat vanwege de bijzondere band van het kind met Nederland en de woonplaats van de betrokken partijen, de Nederlandse rechter beter in staat is om in het belang van het kind te oordelen over het ouderlijk gezag en de omgangsregeling.
De vader had incidenteel appel ingesteld met een verzoek tot verwijzing naar het hof Leeuwarden, maar het hof oordeelt dat op grond van artikel 265 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het hof in 's-Hertogenbosch bevoegd is, omdat het kind in Nederland woont. Het hof aanvaardt daarom de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid en zal deze uitoefenen.
Uitkomst: Het hof aanvaardt de Nederlandse rechter als bevoegd om te oordelen over het ouderlijk gezag en de omgangsregeling van de minderjarige.