ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1048
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- S.C. van Duijn
- T.A. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering van wederrechtelijk verkregen voordeel na oplichting toegewezen
In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch inzake een ontnemingsvordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor meervoudige oplichting in de periode 2003-2005.
Het hof stelde vast dat de bedragen die op naam van de echtgenote van de veroordeelde stonden, maar in werkelijkheid door de veroordeelde werden beheerd en waarvoor hij de financiële verantwoordelijkheid droeg, als genoten voordeel moesten worden aangemerkt. De verdediging voerde aan dat de bedragen niet privé waren genoten vanwege het bankrekeningadres en het eigendom van de eenmanszaak, maar dit werd door het hof verworpen.
Na aftrek van terugbetalingen en gemaakte kosten stelde het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €68.545,46. Een beroep op overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat reeds in de hoofdzaak een strafvermindering was toegekend en het tijdsverloop deels aan de verdediging te wijten was. De draagkracht van de veroordeelde werd onderzocht, maar het hof achtte niet aannemelijk dat hij niet aan zijn betalingsverplichting kan voldoen.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en legde de betalingsverplichting tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van €68.545,46 op aan de veroordeelde.
Uitkomst: De ontnemingsvordering van €68.545,46 wordt toegewezen en opgelegd aan de veroordeelde.