ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1013
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over materieel werkgeverschap en kennelijk onredelijk ontslag na beëindiging arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat centraal of meerdere vennootschappen binnen een groep als werkgever kunnen worden aangemerkt door vereenzelviging en of het ontslag van de werknemer kennelijk onredelijk was. De werknemer, in dienst bij een van de vennootschappen, stelt dat ook andere groepsvennootschappen en de directeur persoonlijk als werkgever moeten worden beschouwd, en dat het ontslag onrechtmatig en kennelijk onredelijk was.
Het hof bevestigt het oordeel van de kantonrechter dat de zelfstandigheid van de vennootschappen moet worden gerespecteerd en dat onvoldoende bijzondere omstandigheden zijn gesteld om tot vereenzelviging te komen. Ook is niet gebleken dat de directeur persoonlijk als werkgever fungeerde. De financiële situatie van de vennootschap die de arbeidsovereenkomst sloot was verlieslatend, en het staken van werkzaamheden was aannemelijk.
Hoewel het ontslag niet kennelijk onredelijk wordt geacht, staat het hof de werknemer toe bewijs te leveren dat de aangeboden alternatieve functies niet reëel waren, zodat het oordeel daarover nog kan worden herzien. De zaak wordt aangehouden voor getuigenverhoor om dit bewijs te beoordelen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat alleen de vennootschap werkgever is en het ontslag niet kennelijk onredelijk is, maar staat bewijslevering toe over de reële aard van de aangeboden alternatieven.