ECLI:NL:GHSHE:2012:BW0391
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.Th. Begheyn
- S. Riemens
- J.H.M. van Erp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pauliana bij juridische splitsing en gebruiksvergoeding na huurbeëindiging
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of de curator in het faillissement van Favini Meerssen de juridische splitsing waarbij Favini RE werd opgericht, kon aanvechten op grond van de pauliana (artikel 42 Faillissementswet Pro). Favini RE had het bedrijfspand in eigendom en verhuurde dit aan Favini Meerssen. Na beëindiging van de huurovereenkomst ontstond discussie over de verschuldigdheid van huur- en gebruiksvergoedingen.
De curator stelde dat door de splitsing de gezamenlijke schuldeisers benadeeld waren omdat het verhaalsobject (het bedrijfspand) was overgegaan naar Favini RE, waardoor verhaal op dat pand niet meer mogelijk was. Het hof overwoog dat de pauliana in het Nederlandse recht niet van toepassing is op juridische splitsingen, mede gelet op artikel 2:334u BW en de Zesde Richtlijn. Vernietiging van splitsingen is slechts in beperkte gevallen mogelijk en de pauliana vormt geen grond voor vernietiging.
Verder oordeelde het hof dat na het einde van de huurovereenkomst op 31 januari 2009 geen gebruiksvergoeding verschuldigd was, omdat Favini RE betrokken was bij de voortzetting van het bedrijf in hetzelfde pand en geen schade was vastgesteld. De curator werd veroordeeld tot betaling van de huurpenningen tot het einde van de huurovereenkomst, inclusief rente en kosten, met uitzondering van de gebruiksvergoeding.
De kosten van het geding werden gematigd gelet op de faillissementssituatie. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de gebruiksvergoeding betrof en bekrachtigde het verder, waarbij de curator in de kosten van het hoger beroep werd veroordeeld.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep op de pauliana af en verwerpt de vordering tot gebruiksvergoeding na het einde van de huurovereenkomst.