ECLI:NL:GHSHE:2012:BV7020
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.A.M. van Schaik-Veltman
- H.A.G. Fikkers
- S.M.A.M. Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij expeditieovereenkomst met internationale transportcomponenten
In deze zaak vordert de Poolse expediteur [appellante] betaling van een Hongaarse vennootschap Ingva voor diensten rondom het transport van machines die in Nederland gelost moesten worden. De rechtbank Breda verklaarde zich onbevoegd en wees de zaak toe aan de Hongaarse of Poolse rechter op grond van de EEX-Verordening.
In hoger beroep betoogde [appellante] dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat essentiële diensten mede in Nederland moesten worden verricht, en dat partijen het CMR-verdrag hadden toegepast, wat de Nederlandse rechter bevoegd zou maken. Het hof overwoog dat de plaats van uitvoering van de verbintenis hoofdzakelijk de vestigingsplaats van [appellante] in Polen is, omdat de werkzaamheden niet hoofdzakelijk in Nederland plaatsvonden.
Verder stelde het hof vast dat het CMR-verdrag niet van toepassing is op de overeenkomst tussen partijen en dat de aangevoerde e-mails geen rechtskeuze voor het CMR-recht of de Nederlandse rechter bevatten. Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is onbevoegd en het vonnis van de rechtbank Breda wordt bekrachtigd.