ECLI:NL:GHSHE:2012:BV6763

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
21 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
20-002263-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 9a Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak bestuurder na botsing op A2 wegens onvoldoende bewijs gevaarlijk rijgedrag

De verdachte werd beschuldigd van gevaarlijk rijgedrag op de A2 waarbij hij een voertuig links had ingehaald en zich vervolgens weer naar rechts begaf, wat leidde tot een botsing of aanrijding. De benadeelde partij stelde dat hierdoor gevaar was veroorzaakt en vorderde schadevergoeding.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd omdat het bewijs onvoldoende was. De verklaring van de benadeelde partij werd niet volledig ondersteund door een getuige en het deskundigenrapport toonde aan dat het sporenbeeld niet overeenkwam met de beschreven toedracht.

Het hof sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit en verklaarde de schadevordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de tenuitvoerlegging, welke nihil werden begroot.

Deze uitspraak bevestigt het belang van overtuigend bewijs bij verkeersincidenten en de strikte toetsing door het hof in hoger beroep.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van gevaarlijk rijgedrag en schadevordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Sector strafrecht
Parketnummer : 20-002263-11
Uitspraak : 21 februari 2012
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter te Roermond van 12 mei 2011 in de strafzaak met parketnummer 04/066905-10 tegen de verdachte,
[naam van de verdachte],
geboren te [geboorteplaats] [in het jaar 1977],
wonende te [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal vrijspreken van hetgeen hem ten laste is gelegd. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd de benadeelde partij in zijn vordering
niet-ontvankelijk te verklaren.
De raadsman van de verdachte heeft eveneens bepleit dat de verdachte van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, aangezien dat niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 8 oktober 2009 in de gemeente Weert als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmee rijdende op de weg, de A2, na een over genoemde weg rijdend voertuig (personenauto) links te hebben ingehaald, zich weer naar rechts heeft begeven op het moment dat deze personenauto zich rechts naast dan wel rechts dicht achter hem, verdachte, bevond, tengevolge waarvan een botsing althans aanrijding is ontstaan tussen genoemde motorvoertuigen; door welke gedraging(en) van hem, verdachte, gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het hof overweegt daartoe als volgt.
De aangever [A] beschreef het gevaarlijk rijgedrag van een auto die werd bestuurd door de verdachte, waarbij de auto van de verdachte zich schuin van links rechts naar de auto van aangever [A] toe begaf. Hij omschreef dat hij ternauwernood een fors ongeluk heeft voorkomen. Vervolgens verklaarde aangever [A] dat hij verderop bij een tankstation is gestopt en dat hij schade heeft geconstateerd. In het dossier bevindt zich een getuigenverklaring van [B]. Deze getuige verklaarde een gevaarlijke manoeuvre te hebben waargenomen, maar niet te hebben gezien dat voertuigen elkaar raakten.
De verklaring van aangever wordt derhalve niet volledig ondersteund door de verklaring van de getuige [B]. Daar komt bij dat verkeersongevallendeskundige W.M. Baan Hofman in zijn rapport van 3 februari 2011 heeft geconcludeerd dat de door de aangever beschreven toedracht op geen enkele wijze te verklaren is door het aangetroffen sporenbeeld.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het bewijs tekortschiet om bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit te kunnen komen. Het hof zal de verdachte dan ook vrijspreken van hetgeen hem ten laste is gelegd.
Vordering van de benadeelde partij [A]
De benadeelde partij [A] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 548,29. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.
Echter, nu de verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt, zal worden vrijgesproken - en hem aldus geen straf of maatregel wordt opgelegd en er evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - kan de benadeelde partij [A] in zijn vordering niet worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [A] in zijn vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden begroot op nihil.
Aldus gewezen door
mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,
mr. A.M.G. Smit en mr. M. Rutgers, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.P. Verhaegh, griffier,
en op 21 februari 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. M. Rutgers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.