ECLI:NL:GHSHE:2012:BV6150
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- R.R.M. de Moor
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijk onredelijke opzegging van arbeidsovereenkomst bij bedrijfssluiting
Appellante was van 2002 tot 2009 in dienst bij geïntimeerde als telefoniste-receptioniste. Geïntimeerde vroeg toestemming aan het UWV om de arbeidsovereenkomst te beëindigen wegens sluiting van een vestiging vanwege bedrijfseconomische omstandigheden. Het UWV verleende toestemming en de arbeidsovereenkomst eindigde per 1 mei 2009.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de bedrijfseconomische redenen onjuist waren voorgesteld, dat de vestiging geen zelfstandige bedrijfseenheid vormde waardoor het afspiegelingsbeginsel had moeten gelden, en dat de ontslagvergoeding onvoldoende was gezien haar slechte arbeidsmarktpositie. Het hof stelde vast dat de bedrijfseconomische situatie voldoende was onderbouwd en niet als vals of voorgewend kon worden beschouwd.
Verder oordeelde het hof dat de vestiging als zelfstandige bedrijfsvestiging moest worden aangemerkt, zodat het afspiegelingsbeginsel niet van toepassing was. Ten aanzien van het gevolgencriterium concludeerde het hof dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat het ontslag kennelijk onredelijk was, mede omdat zij binnen de suppletieperiode ander passend werk had gevonden. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellante in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was.