Uitspraak
9.Het tussenarrest van 10 mei 2011
- de nieuwe incidentele vordering van [appellant] tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 25 februari 2009 afgewezen;
- de incidentele vordering van [appellant] tot zekerheidstelling ex artikel 235 Rv Pro afgewezen;
- [appellant] in de kosten van het incident veroordeeld;
- de hoofdzaak verwezen naar de rol voor een memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerde] ;
- iedere verdere beslissing in de hoofdzaak aangehouden.
10.Het verdere verloop van de procedure
11.De beoordeling in de hoofdzaak
- primair: tegen betaling van € 169.665,50 aan [geïntimeerde] , door middel van toerekening van dat bedrag op de schuld van [geïntimeerde] aan de gemeenschap;
- subsidiair: met bepaling dat het bedrag van € 169.665,50 onder de transporterende notaris zal blijven berusten totdat partijen overeenstemming hebben bereikt over de rekening en verantwoording dan wel totdat de rechtbank over de rekening en verantwoording heeft beslist;
- primair: [appellant] rekening en verantwoording heeft afgelegd over het gevoerde beheer tot en met het jaar 2003, met vaststelling van de saldi als vervat in de concept jaarrekening 2003 als zijnde de eindsaldi tussen partijen;
- subsidiair: [appellant] rekening en verantwoording heeft afgelegd over het gevoerde beheer tot en met het jaar 2000, met vaststelling van de saldi als vervat in de jaarrekening 2000, en met benoeming van een deskundige tot vaststelling van de saldi over de jaren 2001, 2002 en 2003.
- De verstandhouding tussen [appellant] en [geïntimeerde] is verstoord geraakt en daarom is het wenselijk dat verdeling plaatsvindt van de gemeenschap bestaande uit de vier onroerende zaken.
- Na aftrek van de hypothecaire leningen hebben de panden een overwaarde van € 339.331,-- waarvan aan elk van partijen € 169.665,50 toekomt. [appellant] wil het aandeel van [geïntimeerde] in de onroerende zaken voor dat bedrag van [geïntimeerde] overnemen. Op dit aandeel van [geïntimeerde] in de gemeenschap moet de (hogere) schuld van [geïntimeerde] aan de gemeenschap worden toegerekend, zodat [appellant] per saldo niets aan [geïntimeerde] hoeft uit te keren.
- Gaandeweg heeft [geïntimeerde] ernstige bedenkingen gekregen over de wijze waarop [appellant] het beheer heeft gevoerd. Uit in 2004 uitgevoerd onderzoek is gebleken dat [appellant] huurinkomsten niet volledig heeft verantwoord, dat [appellant] exorbitante beheersvergoedingen in rekening heeft gebracht aan de gemeenschap en dat opgevoerde onderhouds- en exploitatiekosten slechts zeer ten dele gestaafd werden met onderliggende facturen.
- Mede gelet op de uitkomsten van het door de rechtbank gelaste deskundigenbericht kunnen de panden aan [geïntimeerde] worden toegescheiden en is [appellant] dan per saldo nog een bedrag aan [geïntimeerde] verschuldigd.
- dat huuropbrengsten niet volledig zijn verantwoord en dat niet te verifiëren is of de wel verantwoorde huuropbrengsten volledig zijn;
- dat de uitgaven niet volledig zijn verantwoord;
- dat tewerkstellingsvergunningen voor ingeschakelde buitenlandse werklieden ontbreken in de administratie;
- dat niet kan worden vastgesteld welk bedrag gemoeid is met niet verantwoorde uitgaven omdat [appellant] geen inzage heeft willen geven in de administraties van [Vastgoed] Vastgoed Maastricht B.V. en van [appellant] Vastgoed B.V.;
- dat mede omdat de administraties van [Vastgoed] Vastgoed [vestigingsnaam] B.V. en [appellant] niet ter inzage zijn gegeven, geen uitspraak kan worden gedaan over de mate van realiteit en marktconformiteit van de door [Vastgoed] en [appellant] in rekening gebrachte beheersvergoedingen, administratievergoedingen en andere vergoedingen;
- dat uit de beschikbare administratie niet blijkt dat de uitgaven zijn geautoriseerd door [geïntimeerde] .
- de vier onroerende zaken met een gezamenlijke waarde van € 870.000,--;
- een vordering op [appellant] ten bedrage van € 141.711,--;
- een vordering op [appellant] ten bedrage van € 895.099,--;
- een vordering op [appellant] ten bedrage van € 2.216,--;
- een pro memorie post ter zake door [appellant] aan de gemeenschap verschuldigde wettelijke rente;
- € 391.067,-- aan (hoofdzakelijk met de panden samenhangende) bankschulden;
- € 223.169,-- aan schuld aan vader [de vader van partijen] ;
- € 25.083,-- aan schuld aan [geïntimeerde] ;
- aan [geïntimeerde] zijn toegedeeld de vier onroerende zaken en de bankschulden, waaronder de op één of meer van de onroerende zaken rustende hypothecaire geldleningen, zijnde de kredieten verstrekt onder de rekeningnummers [bankrekeningnummer 1] , [bankrekeningnummer 2] , [bankrekeningnummer 3] en [bankrekeningnummer 4] ;
- aan [appellant] is toegedeeld, om als eigen schuld te voldoen, de schuld van de gemeenschap aan vader Rekko.
primair: een verklaring voor recht dat [appellant] niet kan worden ontvangen in zijn vordering in eerste aanleg aangaande de rekening en verantwoording;
subsidiair: een verklaring voor recht dat [appellant] niet gehouden is om rekening en verantwoording af te leggen;
meer subsidiair: te verklaren voor recht dat [appellant] deugdelijk rekening en verantwoording heeft afgelegd over het gevoerde beheer tot en met het jaar 2000 en dat hij in deze procedure in hoger beroep alsnog deugdelijk rekening en verantwoording heeft afgelegd over de boekjaren 2001 tot en met medio 2005;
uiterst subsidiair: te verklaren voor recht dat [appellant] deugdelijk rekening en verantwoording heeft afgelegd over het gevoerde beheer over de periode tussen 24 oktober 1997 en 30 juni 2005.
primair: te bepalen dat de verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap voor een periode van maximaal drie jaar moet worden uitgesloten ex artikel 3:178 lid 3 BW Pro;
subsidiair: vaststelling van de verdeling door het hof op de wijze als omschreven op de pagina’s 85 en 86 van de memorie van grieven (onder meer bevattend toedeling van de onroerende zaken aan [appellant] );
meer subsidiair: benoeming van een onzijdig persoon ex artikel 677 Rv Pro ter verdere afwikkeling van de verdeling;
- bekrachtiging van het beroepen vonnis met uitzondering van de veroordeling van [appellant] in reconventie om aan [geïntimeerde] een bedrag van € 155.920,50 te voldoen;
- veroordeling van [appellant] om aan [geïntimeerde] € 724.641,-- te voldoen.
- dat met de door [appellant] in de vermogensopstellingen opgevoerde kostenposten ten dele, voor een bedrag van € 895.099,--, geen rekening moet worden gehouden;
- dat [appellant] tot dat bedrag ten onrechte kosten ten laste van de gemeenschap heeft gebracht hetgeen onrechtmatig was;
- dat [appellant] het genoemde bedrag aan de gemeenschap moet vergoeden.