ECLI:NL:GHSHE:2011:BY3818
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Keizer
- Van Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing opzegging onderhuurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend persoonlijk gebruik
In deze zaak gaat het om de opzegging van een onderhuurovereenkomst van een horecabedrijf in een bedrijfsruimte, waarbij appellant de huur wilde beëindigen wegens dringend persoonlijk gebruik en een redelijke belangenafweging. De appellant had de bedrijfsruimte sinds 1987 in hoofdhuur en had deze sinds 1998 onderverhuurd aan Tennekan, die het eetcafé exploiteerde. De appellant stelde dat hij de bedrijfsruimte weer zelf wilde exploiteren om zijn investeringen terug te verdienen, mede omdat Tennekan de onderneming wilde verkopen aan een derde.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op een overnamesom of dat zijn investeringen niet zouden worden terugverdiend. De stellingen over de staat van de onderneming en de inventaris waren onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken zoals jaarrekeningen of een overzicht van de inventaris. Daarnaast woog het hof mee dat Tennekan financieel afhankelijk was van de exploitatie van het eetcafé en dat haar belang bij voortzetting van de huurovereenkomst zwaarder woog dan het belang van appellant bij beëindiging.
De grieven van appellant werden verworpen en het hof bevestigde het vonnis van de kantonrechter dat de opzegging niet gegrond was. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door de zevende kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 3 mei 2011.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de opzegging van de onderhuurovereenkomst af.