ECLI:NL:GHSHE:2011:BV6840
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. van Dun
- J. Swinkels
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over uitleg begrip inhoudingsplichtige in Zorgverzekeringswet bij buitenlandse werkgever
Belanghebbende, een in België gevestigde vennootschap met een in Nederland wonende werknemer, voerde aan geen inhoudingsplichtige te zijn in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 en daarom geen inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) te hoeven inhouden. De Inspecteur stelde dat het begrip 'inhoudingsplichtige' in artikel 1, onderdeel k, van de Zvw ook werkgevers in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) omvat.
De Rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het hoger beroep van de Inspecteur gegrond. Het Hof motiveerde dat een strikte grammaticale uitleg van het begrip 'inhoudingsplichtige' niet passend is en dat doel en strekking van de Zvw vereisen dat ook werkgevers als inhoudingsplichtigen worden aangemerkt.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel door belanghebbende, gebaseerd op een voorlichtingsbrochure van de Belastingdienst, werd verworpen omdat deze brochure geen bewuste standpuntbepaling bevatte en de Belastingdienst in maart 2006 gerichte informatie had verstrekt over de inhoudingsplicht. Het Hof bevestigde de naheffingsaanslag en vernietigde de uitspraak van de Rechtbank. Tevens werd het griffierecht voor het hoger beroep niet geheven en werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de werkgever in de zin van de Wfsv inhoudingsplichtige is voor de Zvw en handhaaft de naheffingsaanslag.