ECLI:NL:GHSHE:2011:BV3373
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.H.B. den Hartog Jager
- N.J.M. van Etten
- S. Bochove
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aanvaarding nalatenschap en dwaling, misbruik van omstandigheden en onvoorziene omstandigheden
In deze civiele zaak staat de aanvaarding van een nalatenschap centraal, waarbij appellant Menger q.q. namens een onder meerderjarigenbewind gestelde persoon betoogt dat de zuivere aanvaarding van de nalatenschap op 6 juni 2008 door [appellant] is geschied onder dwaling, misbruik van omstandigheden en onvoorziene omstandigheden.
De rechtbank had de vorderingen afgewezen met als motivering dat dwaling op grond van art. 4:190 lid 4 BW Pro niet van toepassing zou zijn, het beroep op wilsgebrek onvoldoende was onderbouwd en onvoorziene omstandigheden niet van toepassing waren op een eenzijdige rechtshandeling zoals de aanvaarding.
Het hof oordeelt dat art. 4:190 lid 4 BW Pro wel degelijk van toepassing is op de aanvaarding van een legaat en dat de dwalingsregeling ook op eenzijdige rechtshandelingen kan worden toegepast. Echter, het beroep op dwaling is onvoldoende onderbouwd omdat niet concreet is gesteld wat de notaris of de zussen verkeerd hebben gedaan.
Voor het misbruik van omstandigheden wordt bewijs door getuigen toegelaten, aangezien er gemotiveerde stellingen zijn over onwetendheid, druk en persoonlijke omstandigheden van [appellant]. Het beroep op wijziging wegens onvoorziene omstandigheden wordt afgewezen omdat de rechtstoestand na aanvaarding definitief is.
Het hof besluit het bewijs van misbruik van omstandigheden toe te laten en wijst de zaak voor getuigenverhoor toe aan een raadsheer-commissaris, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe voor misbruik van omstandigheden en houdt verdere beslissing aan.