ECLI:NL:GHSHE:2011:BU6554
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- C.A.M. Walsteijn
- R.R.M. de Moor
- Rechtspraak.nl
Overgang van onderneming en geldigheid concurrentiebeding bij samenvoeging UTA-medewerkers dakbedekkingsbedrijven
In deze civiele zaak staat centraal of de overgang van UTA-medewerkers van [Y.] Daktechniek B.V. naar Oranjedak B.V. kan worden aangemerkt als een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro, en of het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst tussen [Y.] en [X.] van rechtswege is overgegaan op Oranjedak.
De werknemer [X.] was technisch adviseur bij [Y.] en had een arbeidsovereenkomst met een concurrentie- en boetebeding. Na een reorganisatie werden alle UTA-medewerkers ondergebracht bij Oranjedak, terwijl de dakdekkers bij de oorspronkelijke werkmaatschappijen bleven. [X.] trad later in dienst bij een ander bedrijf, waarna Oranjedak hem aansprak op overtreding van het concurrentiebeding.
De kantonrechter wees de vorderingen van Oranjedak af, stellende dat geen overgang van onderneming had plaatsgevonden en het concurrentiebeding niet van rechtswege was overgegaan. Het hof stelt echter vast dat de UTA-medewerkers een economische eenheid vormden die haar identiteit behield na overgang naar Oranjedak, en dat sprake is van een overgang van onderneming conform artikel 7:662 BW Pro en Europese richtlijnen.
Daarom slaagt het hoger beroep voor wat betreft de overgang van onderneming en het van rechtswege overgaan van het concurrentiebeding. Het hof houdt verdere beoordeling van het concurrentiebeding aan en gelast een comparitie om nadere feiten en mogelijkheden tot minnelijke regeling te bespreken.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat sprake is van een overgang van onderneming waardoor het concurrentiebeding van rechtswege is overgegaan, en houdt verdere beoordeling aan voor nadere comparitie.