ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3154
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- O.G.H. Milar
- M.C. Bijleveld-van der Slikke
- L.Th.L.G. Pellis
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partner- en kinderalimentatie na echtscheiding met beoordeling behoefte en draagkracht
Partijen zijn in 1989 gehuwd en gescheiden in 2001, met twee minderjarige kinderen die bij de vrouw verblijven. De vrouw vordert een verhoging van de kinderalimentatie en een bijdrage in haar levensonderhoud vanaf mei 2008, nadat zij geen inkomsten meer had. De man betwist de behoefte en stelt dat de vrouw verwijtbaar inkomensverlies heeft geleden door het niet tijdig aanvragen van een WW-uitkering.
Het hof stelt vast dat de vrouw vanaf 2001 haar uitgavenpatroon heeft aangepast en financiële onafhankelijkheid heeft opgebouwd, waardoor haar behoefte moet worden gerelateerd aan haar huidige welstand. De vrouw heeft haar behoefte onvoldoende gespecificeerd en niet aannemelijk gemaakt. De kinderalimentatie is vastgesteld op € 625 per kind per maand, waar partijen overeenstemming over hebben bereikt.
Ten aanzien van partneralimentatie oordeelt het hof dat de vrouw van mei 2008 tot mei 2010 verwijtbaar inkomensverlies heeft geleden door het niet tijdig aanvragen van een WW-uitkering en onvoldoende inspanning om werk te vinden. Vanaf mei 2011 is zij wel actief geweest en heeft een oproepcontract met een netto inkomen van € 913. De aanvullende behoefte wordt gesteld op € 1.393 netto per maand, omgerekend € 2.125 bruto. De man heeft voldoende draagkracht om deze bijdrage te betalen. De alimentatie eindigt automatisch na twaalf jaar na inschrijving echtscheiding, dus in oktober 2013.
Uitkomst: Man moet vanaf mei 2011 partneralimentatie van € 2.125 bruto per maand betalen en kinderalimentatie van € 625 per kind per maand.