ECLI:NL:GHSHE:2011:BU2060
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- Chr.M. Aarts
- J.H.Th. Veldman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellanten hebben bij de rechtbank verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling, maar hun verzoeken werden afgewezen omdat niet aannemelijk was dat zij te goeder trouw waren ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De rechtbank vond dat appellanten hun administratie niet deugdelijk hadden beheerd, onvoldoende hadden geanticipeerd op financiële problemen en schulden hadden laten ontstaan die ernstig nadelig waren voor schuldeisers.
In hoger beroep hebben appellanten aangevoerd dat zij hun schuldenlijsten gesplitst hebben en gemotiveerd zijn om zich in te spannen tijdens de regeling. Zij stelden dat de huurachterstand voortkwam uit onvoorziene omstandigheden en dat zij niet langer een passieve houding aannamen. Het hof heeft echter geoordeeld dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij te goeder trouw waren, mede gelet op het langdurig gebruik van een afgekeurde en onverzekerde auto, het niet tijdig voldoen van huurpenningen terwijl zij dit bij het aangaan van de huurovereenkomst al wisten, en het ontbreken van een deugdelijke administratie.
Het hof oordeelde dat de omstandigheden ernstig genoeg zijn om de verzoeken tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af te wijzen. Ook de door appellanten aangevoerde hardheidsclausule werd niet toegepast omdat het gedrag van appellanten nog van te korte duur was om van een actieve houding te spreken. De vonnissen van de rechtbank worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de vonnissen die de verzoeken tot toelating tot de schuldsaneringsregeling hebben afgewezen wegens onvoldoende goede trouw.