ECLI:NL:GHSHE:2011:BT7321
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- C.M. Hilverda
- J.H.M. Westenbroek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens opzettelijk onjuiste vennootschapsbelastingaangiften door directeur en enig aandeelhouder
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch inzake opzettelijk onjuiste aangiften vennootschapsbelasting door verdachte, directeur en enig aandeelhouder van een fiscale eenheid. Verdachte had provisie-inkomsten via een buitenlandse vennootschap niet opgenomen in de belastingaangiften, waardoor te weinig belasting werd geheven.
De verdediging voerde onder meer een geslaagd beroep op de inkeerregeling aan, maar het hof oordeelde dat verdachte objectief gezien redelijkerwijs moest vermoeden dat de Belastingdienst op de hoogte zou raken van de onjuistheden. Tevens werd het verweer dat de provisies toekwamen aan de buitenlandse vennootschap verworpen vanwege de gedetailleerde verklaringen van verdachte zelf.
Het hof stelde vast dat het opzet van verdachte als feitelijk leidinggevende aan de rechtspersoon moet worden toegerekend. Gezien de ernst van de feiten, de duur van de overtredingen en het fiscale nadeel van circa €110.000, legde het hof een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf van 240 uur op. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij voor de overige ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een werkstraf van 240 uur wegens opzettelijk onjuiste vennootschapsbelastingaangiften.