ECLI:NL:GHSHE:2011:BT6985
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.C.A.M. Claassens
- K. van der Meijde
- N.J.M. Ruyters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen poging moord; veroordeling medeplichtigheid poging moord met werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf
Op 9 mei 2010 reed verdachte een auto waarin medeverdachte als passagier zat. Medeverdachte had een vuurwapen bij zich en schoot vanuit de rijdende auto op een fietser en diens vriendin, waarbij beiden werden geraakt. Verdachte wist van het vuurwapen en de ruzie tussen medeverdachte en het slachtoffer.
Het hof sprak verdachte vrij van medeplegen van poging tot moord omdat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte bewust en willens heeft samengewerkt met het oog op het doden van de slachtoffers. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte medeplichtig was aan poging tot moord door opzettelijk gelegenheid te verschaffen en behulpzaam te zijn bij het plegen van het misdrijf.
De strafoplegging hield rekening met het mindere opzet van verdachte ten opzichte van medeverdachte. Verdachte kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een werkstraf van 240 uur opgelegd. Het hof achtte het niet noodzakelijk om verdachte opnieuw vrijheidsbeneming op te leggen gezien zijn persoonlijke omstandigheden en het karakter van zijn betrokkenheid.
De verklaring van verdachte werd als betrouwbaar beoordeeld ondanks het ontbreken van een opname van het verhoor. Het hof verwierp het verweer dat verdachte geen opzet had op het misdrijf en benadrukte dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat medeverdachte zou schieten.
De zaak toont het verschil tussen medeplegen en medeplichtigheid en het belang van het bewijs van dubbel opzet bij medeplegen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht op basis van de eigen bewezenverklaring.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen poging tot moord, maar veroordeeld voor medeplichtigheid aan poging tot moord met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een werkstraf van 240 uur.