ECLI:NL:GHSHE:2011:BT6276
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Vermeulen
- Van der Putt
- Rechtspraak.nl
Bestaan van een aansluit- en transportovereenkomst tussen afnemer en netbeheerder bij elektriciteit
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of tussen [X.], afnemer van elektriciteit, en Essent, de netbeheerder, een aansluit- en transportovereenkomst tot stand is gekomen. Essent vordert betaling van achterstallige elektriciteitskosten, terwijl [X.] betwist dat een dergelijke overeenkomst bestond ten tijde van de geconstateerde manipulatie van de elektriciteitsaansluiting.
De rechtbank had de vordering toegewezen, maar het hof stelt vast dat partijen geen schriftelijke overeenkomst sloten en dat het bestaan van een stilzwijgende overeenkomst niet zonder meer kan worden aangenomen. Essent baseert zich op het feit dat [X.] een leveringsovereenkomst met RWE heeft gesloten en feitelijk elektriciteit afnam, wat volgens de Elektriciteitswet 1998 en de algemene voorwaarden een aansluit- en transportovereenkomst impliceert.
Het hof oordeelt echter dat het enkele feit van een leveringsovereenkomst niet voldoende bewijs is voor het bestaan van een aansluit- en transportovereenkomst met Essent. Daarom beveelt het hof Essent om nadere stukken te overleggen waaruit de totstandkoming en datum van deze overeenkomst blijken, waarna [X.] kan reageren. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
De zaak betreft een hennepkwekerij in het gehuurde pand, waarbij illegale aftakkingen op de elektriciteitsaansluiting zijn aangetroffen. Het hof benadrukt dat zonder het bestaan van een aansluit- en transportovereenkomst geen sprake kan zijn van wanprestatie door [X.].
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor nadere bewijslevering over het bestaan en de datum van de aansluit- en transportovereenkomst.